Zondag, 20 Oktober 2019

  





AVONTUREN > HET LEGE EH.... PENSYNDROOM

e vorige keer deed ik u verslag van mijn reizen door Nederland om alle verhuizende kittens naar hun nieuwe thuis te brengen. Een hele klus, maar wel één waar ik veel plezier aan beleefd heb. Gelukkig bleef er eentje bij mij wonen: onze, inmiddels niet meer zo kleine, Phèdre. De jonge dame in kwestie is een plezier voor het oog, heeft een aangenaam karakter en past zich goed aan binnen de groep. Ik had al vermeld dat ze niet zo schootplakkerig is, maar gelukkig houdt ze wel van goedemorgen-aaien.

Elke ochtend springt ze op bed met een wat gerekt en zwaar mauwtje. Als ik m'n hand uitsteek, wrijft ze haar koppie en vervolgens haar hele lijf er tegen aan, ondertussen luid knorrend. Ook strekt ze zich uit op haar zij en laat me even lekker over haar buik aaien. Ze geniet er met volle teugen van.

Haar nageltjes houdt ze keurig ingetrokken als ze m'n hand of arm vast pakt. Even knauwt ze (voorzichtig) op mijn duim of pols, maar soms slaat ze ineens toe met vier scherpe hoektanden. Een luid “Nee!” en een tik op haar billen doen haar een rondje over het bed te lopen.

Al snel komt ze weer terug om te zien of er nog meer aaitjes zijn voor haar. De andere katten willen tenslotte ook wel wat aandacht. Niet dat ze nou uitgebreid gaat zitten wachten tot een ieder aan z'n trekken is gekomen. Dat zou iets teveel gevraagd zijn. Gelukkig duwt ze de anderen nog nèt niet opzij.


Haar leven lijkt zich elke dag zorgeloos af te spelen. Ze eet al een behoorlijke hoeveelheid brokken of vlees, maar ze is dan ook nog in de groei.

Afhankelijk van hoe mijn dag eruit ziet en welk werkrooster ik draai, kan ze óf 's morgens een paar uur de tuin in óf 's middags. Als ik vrij ben kan dat vrijwel de hele dag. Dat doet ze dan ook met graagte.

Ze speelt daar rustig alleen, maar als ze de kans krijgt speelt ze met elk van de mede-Burmezen een spelletje. De oudste, Zohra, laat zich niet meer dan twee keer de tuin rondjagen, maar is altijd bereid om voor troost of een poetsbeurt te zorgen. Met Robbyn en Djavi kan ze zich heerlijk uitleven. Hoe wilder hoe beter. Soms lijkt het wel of er een kudde op hol geslagen runderen langs komt denderen. Bij nadere beschouwing blijken dat dan slechts twee of drie Burmezen te zijn.

Nu alles zo z'n gangetje gaat, vraag ik me af wat ik nog voor de Cat Track en u kan schrijven? Het leven in huis is tot rust gekomen. Mirre staat op de pil en Phèdre weet nog niet wat krolsheid inhoud. De jongens gedragen zich, over het algemeen, als nette katers, m'n twee oudjes leven hun leven op hun gemak en Zoortje “fietst” overal tussendoor. Wat heb ik dan nog te melden?

Daarnaast vond ik de vorige uitgave hartverscheurend leeg. Ik heb dan ook tijdens de algemene leden vergadering gedreigd om te stoppen met schrijven. Maar nee, nee, nee, daar wilde men niet van horen. Ik kreeg zelfs een staakverbod opgelegd! Ik zal dus proberen om weer een stukje uit het dagelijks leven te peuteren en het in de vorm van een verhaaltje te gieten. Wie weet wordt het nog wat.

Dus daar gaan we dan: Nu we het toch over de tuin hebben, die is al een paar jaar niet wat het moet zijn, al zit er wel vooruitgang in. Het is een veel-jaren plan, zeg maar. Dat zal de katten een zorg zijn, maar ik denk daar een beetje anders over. Tijd, energie, het weer en geld spelen om beurten (en soms tegelijk) een rol waardoor het nog steeds niet af is. De borders zijn inmiddels klaar en er ligt nu achter in de tuin een terrasje groot genoeg voor een tafel en een paar stoelen. Daar kunnen we de laatste zonnestralen vangen, alvorens die achter het huis verdwijnt. Niet alleen de katten genieten daarvan, ik doe het inmiddels ook.

In het midden: tussen de borders, het achterterras en de vlonder, zou eigenlijk een grasveldje moeten liggen. Gras is er wel (samen met het nodige onkruid), maar een veldje zou ik het niet willen noemen. Het is wat heuvelachtig om het maar niet over bergachtig te hebben. Voor het aanleggen van het terrasje moest de grond gelijk gemaakt worden en dat wat eraf moest, kwam op een berg op het “gazon”.

Die ligt er nu lang genoeg om begroeid te zijn. Samen met wat snoeihout dat niet meer in de container paste, ziet het er behoorlijk verwilderd uit. Even de maaier erover halen om het er nog een béétje uit te laten zien, kan ik voorlopig wel vergeten.

De katten echter vieren er bal. Ze kunnen elkaar vanuit een ongeziene of onvoorziene positie besluipen en belagen. Ze kunnen zich er
verstoppen voor elkaar. Ook kunnen ze er jagen op insecten, wiebelende grassprieten en een enkele muis die dapper of dom genoeg is om zich er te vestigen. Die muizen leven niet lang, want tegen zoveel harige klauwen leggen ze het onherroepelijk af.

Ook de vogels uit de buurt riskeren huid en veren. Meestal controleren ze even of het raam openstaat, alvorens ze zich in de tuin wagen. Soms wordt dat vergeten en volgen er enkele bloedstollende momenten. Alle burren (m'n oudjes vinden zich zelfs dáárvoor te oud) staan, zitten of liggen strakgespannen in de tuin met grote loerende ogen. Soms volgt een enkele stap, meestal een sprintje, af en toe zelfs een massasprint. Een vogel die z'n kop erbij houdt en snel reageert, brengt het er levend af en gaat verontwaardigd zitten te tetteren op de schutting of het dak van de schuur. Toch valt er elk jaar wel weer een enkel slachtoffer. Meestal een jong, onervaren exemplaar.

Eenmaal gevangen in een bek vol scherpe tanden ontstaat er een dilemma. Niet voor het slachtoffer, dat kan geen kant op. Nee, de jager weet niet goed wat hij/zij moet doen. Doodbijten? En wat dan? Opeten? Wie haalt die vieze veren er dan eerst af? Dan maar liever loslaten en het risico lopen dat een ander ermee vandoor gaat? Nou nee. Zou er mee te spelen zijn? Mag ik dat alleen of komt de rest zich dan opdringen? Meestal eindigd het ermee dat de gelukkige jager erg ongelukkig grommend door de tuin rondjes loopt in een poging de anderen te ontlopen.

Door alle commotie wordt ik meestal wel gewaarschuwd dat er iets aan de hand is. En wat mag ik dan doen? Wat kan ik doen? Allereerst de prooi maar afnemen. Dat levert me, naast wat vuile blikken, ook een stiekeme zucht van opluchting op.

Als het slachtoffer nog leeft, moet ik het over de schutting op een veilig en rustig plekje zien te krijgen. Als het slachtoffer niet meer leeft tegen de tijd dat ik het te pakken krijg, kan het de kliko in. En hoewel de succesvolle jager blij is van de last en het dilemma bevrijd te zijn, vindt de rest van de bende het verschrikkelijk dat ze er niet bij hebben gekund en dat het opeens zomaar WEG is. Onrustig lopen ze nog een poosje te kijken en te zoeken. Stel je voor dat ik het verstopt heb. Het duurt een hele tijd voor een ieder zich weer rustig door de tuin begeeft.

Nu de tijd van het jaar en de temperatuur weer heerlijk meewerken, is de tuin tot 's avonds laat dé plek om te zijn. Moeder Natuur trekt een heel ander arsenaal interessante avonturen open, dan de katten overdag zijn gewend.

En zo kan het gebeuren dat op een zomerachtige avond, het is al donker, een deel van de kattenbende in de huiskamer overeind vliegt en richting de achterkamer kijkt. Het enige dat ik hoor, is een schril gepiep. Ik ken het geluid niet en weet even niet of ik erop moet reageren. Het geluid komt dichterbij en de laatste slapende kat zit inmiddels gespannen naar de deuropening te kijken. Als het geluid met een plofje binnenkomt, besluit ik te gaan kijken.

Bij het aandoen van het licht, zie ik één van de katers staan met een piepende muis in z'n bek. De andere katten staan strak van de spanning om hem heen. Even weten we geen van beide wat we moeten doen en kijken elkaar alleen maar aan. Dan draait de kater zich om en begint weg te lopen.

Omdat ik die muis zie friemelen in z'n bek en al visioenen krijg van een ontsnapte muis en een daar achteraan jagende kattenbende, roep ik de kater terug. Die stopt, kijkt om naar mij en laat dan de muis pardoes los.

Met twee grote stappen sta ik bij 'm. Gelukkig is de hele bende verstijfd blijven staan. Ook de muis zit, de hemel zij dank, doodstil. Ik schulp m'n handen om het kleine beestje heen en pak het op. Zo is het beschermd tegen eventuele aanvallen van de katten en kan ik proberen het buiten te krijgen.

Ja, dat had ik gedacht. Het kleine kreng bijt met kracht in m'n vingers. Ik laat 'm nog nèt niet vallen. Zo snel ik kan, loop ik door de keuken en dan de tuin in. Ondertussen sis ik het muisje toe dat het zich moet gedragen. Is dat nou dankbaarheid? Ik ben bezig z'n leven te redden, dus stilzitten en niet bijten!

Eenmaal achter in de tuin waag ik een blik op het beestje. Het blijft stil op m'n hand zitten, alsof het mijn woorden ter harte heeft genomen. Ik zie nergens bloed, wondjes of enige schade. Met een afscheidsgroet en de waarschuwing om vooral nóóit meer terug te komen, schuif ik 'm onder de poortdeur door. Daar blijft het even zitten alvorens weg te spurten.

Weer binnen moet ik mij onderwerpen aan de blikken van een diep beledigde kater. Ik heb 'm maar vlug verteld dat ik erg trots op 'm ben en dat hij een hele knappe jongen is. Ik had het hart niet om 'm te vragen om zoiets in de toekomst voortaan te laten.

Het heeft even geduurd voor de bende weer tot rust kwam en voor de kater het me heeft vergeven. Als hij nu iets heeft gevangen en hij wil het houden, dan zorgt hij er wel voor dat ik niks zie. Hij neemt het ook niet meer mee naar binnen. Stel je voor dat ik het wéér afpak. Kijk, dat hij jaagt en daarbij succes heeft, dat snap ik best. Dat is z'n aard en ik kan best trots zijn op z'n prestaties. Maar ik heb toch liever dat hij z'n overwinningen niet binnen viert. Tot nu toe lijkt het erop dat hij dat heeft begrepen. En zo kunnen we prima leven met de situatie en met elkaar.

En zie nu, we hebben zo maar weer een verhaaltje kunnen schrijven. Zo moeilijk is het dus niet. Probeer het ook eens en laat anderen meegenieten van de avonturen of streken van uw kat(-ten). Succes en graag tot de volgende keer.

Bevriende catteries
Alchymists
Brookside
Emibell
Niraja
Ocicat Stars
Zebdaj
Member of Neocat
Burmezenclub


Member of
Ocicat club


© 2006-2019 Cattery Nimble Nymph - Alle rechten voorbehouden
Disclaimer - Privacy Statement